Kabinet en oppositie willen payrolling aan banden leggen

By 23 oktober 2018Nieuws

Bij een payrollconstructie werkt een organisatie met werknemers die officieel op de loonlijst staan van een ander bedrijf (de payroller). Dit bedrijf doet de personeelsadministratie en draagt ook vaak de werkgeversrisico’s. Zowel het kabinet als oppositiepartijen willen payrolling beperken. Het kan teveel ten koste gaan van de arbeidsvoorwaarden van de uitgeleende werknemers. Bovendien kan er sprake zijn van ‘ongewenste’ concurrentie op die voorwaarden.

Het belangrijkste verschil met ‘gewoon’ uitzendwerk is dat bij payrolling de werving en selectie van de werknemer gebeurt door de inlener. Van origine gebruikten veel kleine werkgevers payrolling, zodat ze geen werk hadden aan de personeelsadministratie.

Payrolling wordt inmiddels ook op grote schaal toegepast door grotere werkgevers om hun werknemersrisico’s te beperken. Het komt geregeld voor dat werkgevers werknemers ontslaan om ze vervolgens via een payrollconstructie weer voor zich te laten werken. Cijfers van onderzoeksinstituut Panteia (voorheen EIM) laten zien dat het aantal payrollwerknemers tussen 2009 en 2014 steeg van 144.700 naar 194.400. De Brancheorganisatie voor uitzendondernemingen (ABU) verwacht dat het aantal payrollconstructies alleen maar stijgt.

Uitzendwerk

Een gevolg van het grootschalige gebruik van payrolling is dat het ten koste kan gaan van het loon en de arbeidsvoorwaarden van werknemers. Een payrollbedrijf hoeft de uitgeleende werknemer namelijk niet hetzelfde salaris of dezelfde arbeidsvoorwaarden te bieden als de werknemer in een gewoon dienstverband bij een werkgever. Daarbij komt dat payrollbedrijven een payrollcontract vanwege een uitspraak van de Hoge Raad ook als uitzendwerk mogen behandelen.

Payrollwet

Oppositiepartijen GroenLinks, PvdA en de SP dienden in november 2017 een initiatiefwet in om foute payroll-constructies terug te dringen. De Raad van State was in april 2018 erg kritisch over het initiatiefwetsvoorstel van deze partijen. Het adviesorgaan wees erop dat de drie partijen slechts een onderdeel van de problematiek oppakten. Volgens de Raad zorgt de wens van de partijen om payrollconstructies duurder te maken ervoor dat er ‘andere wegen zullen worden gezocht en gevonden om op arbeidskosten te concurreren’. De partijen gaven toe dat de problematiek breder is dan wat ze met het wetsvoorstel willen oplossen.

Alleen ontzorgen

Het kabinet kwam in april 2018 met een eigen voorstel om payrolling te reguleren als onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Het volgde daarbij het regeerakkoord dat aangeeft dat payrolling zo ‘wordt vormgegeven dat het een instrument is voor het ‘ontzorgen’ van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden’. In het verlengde hiervan vindt het kabinet het onwenselijk dat werkgevers bij payrolling gebruik kunnen maken van het lichtere arbeidsrechtelijk regime voor uitzendwerk. Het kabinet wil dat payrollbedrijven werknemers die zij uitlenen dezelfde arbeidsvoorwaarden bieden als wanneer die werknemers in dienst zouden zijn bij de opdrachtgever.

Duurder

De beoogde ingangsdatum van de WAB is 1 januari 2020. Voor veel werkgevers wordt payrolling na invoering van deze wet duurder. Houd hier rekening mee als u er regelmatig gebruik van maakt. Let er verder op dat u werknemers die gelijksoortig werk voor u doen, ook gelijke arbeidsvoorwaarden aanbiedt. Zo worden ‘scheve gezichten’ en gedemotiveerde werknemers voorkomen.

Bron: PW Net